Bij de Indonesische keuken denk je misschien aan lange lijsten met exotische ingrediënten, ingewikkelde kruidenmixen en uren sudderen. Maar in de praktijk is Indonesisch koken helemaal niet zo moeilijk. Met deze tips voor beginners zet je thuis gerechten op tafel die bijna net zo goed smaakt als bij de toko om de hoek.
1. Vul je voorraadkast met Indonesische ingrediënten en specerijen
Het geheim van Indonesisch koken zit ‘m in de smaakmakers. In de ingrediënten. En daar hoef je tegenwoordig echt niet meer voor naar de toko. De meeste van de ingrediënten die je in huis wilt hebben zijn gewoon verkrijgbaar bij de grotere supermarkt:
Verse kruiden
De basis van Indonesisch koken ligt in verse kruiden en smaakmakers. Denk aan knoflook, rode uien, verse gember, rode pepers en citroengras. Die zijn bij de meeste winkels wel te verkrijgen. Als je ook limoenblaadjes, pandanblad of daun salam (Indonesisch laurier) nodig hebt voor je recept, moet je misschien wel even naar de toko.
Droge kruiden & specerijen
Duik even in het kruidenrek en neem de volgende kruiden en specerijen mee voor in je voorraadkast:
- kurkuma
- korianderzaad (ketoembar)
- komijn (djinten)
- laos (galanga)
- gemberpoeder (djahé)
- citroengraspoeder (sereh)
Smaakmakers in potjes en flesjes
Naast kruiden en specerijen gebruik je voor Indonesisch koken ook smaakmakers uit potjes en flesjes: sambal, sojasaus, oestersaus, trassi en natuurlijk ketjap. Let wel even op, want je hebt ketjap manis en ketjap asin. Ketjap manis is zoeter en dikker en gebruik je vaak voor nasi. Ketjap asin is zout en dun, vergelijkbaar met gewone sojasaus.
2. Zorg voor de juiste pannen en keukengerei
Je hoeft geen professionele keuken te hebben, maar een paar items zijn wel handig als je Indonesisch gaat koken:
Wokpan of hoge hapjespan met deksel
Een wok is ideaal voor roerbakken op hoog vuur. Voor snel en heet bakken. Heb je geen wok? Kijk dan of je een grote hapjespan met hoge rand kunt vinden. Die werkt in veel gevallen ook prima. Een goed sluitend deksel is eigenlijk ook onmisbaar, want die heb je nodig om stoofgerechten als rendang te maken.
Vijzel
Voor het maken van een verse boemboe (daarover later meer) is een traditionele vijzel met stamper de beste keuze. Daarmee stamp je de ingrediënten kapot en dat geeft meer smaak dan ze wanneer je ze fijn snijdt. Een kleine stenen vijzel vind je vaak al voor een paar euro in iedere kookwinkel…
Keukenmachine of staafmixer
Heb je geen vijzel of wil je een grote batch boemboe maken? Gebruik dan een keukenmachine of eventueel een staafmixer en een hoge maatbeker. Dat kan prima, maar de smaak is iets minder intens en de structuur iets gladder. Een klein scheutje olie maakt het hakken en snijden wat makkelijker.
3. Maak je eigen boemboe
Tuurlijk, er zijn kant-en-klare boemboes te vinden. En eerlijk: die zijn ook handig voor doordeweeks als je weinig tijd hebt. Maar wil je écht Indonesisch koken? Dan maak je je eigen boemboe. Een eenvoudige basisboemboe bestaat uit rode uien, knoflook, verse gember en rode peper. Eventueel aangevuld met wat kurkuma of trassi. Stamp al deze ingrediënten fijn in een vijzel of gebruik je keukenmachine om er een pasta van te maken. Bak je boemboe daarna altijd even aan in wat olie. Dat haalt de scherpte van de ui en knoflook eraf en laat alle aroma’s en smaken goed vrijkomen.
4. Wees zuinig met de sambal
Indonesisch eten is vaak pittig. Of in ieder geval pittiger dan de meeste mensen gewend zijn. Je kunt stap-voor-stap pittig leren eten door je gerechten steeds iets pittiger te maken, maar in het begin is het handig om je gerechten niet té pittig te maken. Laat bijvoorbeeld het rode pepertje in de boemboe weg, gebruik sambal manis of vervang de pepers door paprikapoeder om je gerecht milder te maken.
Je kunt het daarna altijd nog pittiger maken met zelfgemaakte sambal.
5. Proef en stuur bij
Bij Indonesisch koken gaat het tussen de balans tussen zout, zuur, zoet en pittig. Bij elk goed Indonesisch gerecht zijn deze vier smaken perfect in balans:
- Zoet komt van ketjap manis, suiker of palmsuiker. Het verzacht de scherpte en geeft een mooi kleur of glans aan je saus.
- Zuur komt meestal van limoen of een scheutje azijn. Het geeft je gerecht een frisse kick en maakt het minder vettig. Voeg een zuurtje altijd pas op het laatst toe.
- Zoute smaak zit in ketjap asin, trassi of sojasaus. Dit versterkt alle andere smaken, maar gebruik het wel met mate.
- Pittig komt van de pepertjes en/of de sambal. Voeg deze stap voor stap toe. Je kan altijd meer toevoegen. Nooit minder.
De truc is om veel te proeven tijdens het koken. Mis je iets? Voeg een theelepel ketjap manis toe als het te scherp is, een scheutje limoensap als het te zwaar voelt of een drupje sojasaus als het gerecht een beetje flauw is. Met een beetje oefening voel je straks perfect aan wat jouw gerecht nog nodig heeft.
3 makkelijke recepten om te proberen
Anders dan een bordje nasi met atjar tjampoer en kroepoek, maar minstens net zo lekker:
Soto met haverrijst, kip en groenten
Soto is een geurige Indonesische kippensoep vol kruiden en groenten. Een toegankelijk en gezond gerecht met ook een eitje en knapperige taugé. Met de extra vezels en eiwitten van haverrijst maak je er een complete maaltijdsoep van.
Gado-gado met pandanrijst
Gado-gado is hét vegetarische paradepaardje uit de Indonesische keuken. Het bestaat uit groenten, eieren, taugé, komkommer en rijst met een rijke pindasaus. Ideaal als avondeten op een zomerse dag.
Indische groentestoof met kerrie-eieren
Sajoerboontjes zijn een echte Indische klassieker. Maar wij maken er graag een complete groentestoof van. Een simpel gerecht met smaakvolle saus op basis van kokosmelk en met gekookte en daarna gebakken eieren.
Meer inspiratie nodig?
Vanavond Indonesisch koken, maar staat je favoriet er niet tussen? Liever rendang maken? Of heb je toch gewoon zin in nasi? Check dan al onze Indische / Indonesische recepten en laat je inspireren!